Naar de inhoud
Prijzen wekelijks gecontroleerd

Welke thuisbatterij heb ik nodig?

CE Delft volgde voor Vereniging Eigen Huis dertien huishoudens met een thuisbatterij en publiceerde de uitkomst in januari 2026. Drie van die huishoudens hadden dezelfde maat: tien kilowattuur. Zij kwamen uit op 33, 56 en 60 procent eigen verbruik. Zelfde capaciteit, bijna een factor twee verschil.

Wat er gemeten is: 33, 56 en 60 procent bij dezelfde tien kilowattuur

Daarom belooft deze pagina geen getal dat bij iedereen past. Leeg is het antwoord niet. Uit dezelfde meting is af te leiden waar dat verschil vandaan komt, en uit onze eigen data welke maten er in Nederland werkelijk te koop zijn. Bij elk getal hieronder staat waar het vandaan komt.

De drie huishoudens verschilden vooral in wat er achter de meter gebeurde. Het huishouden dat van 40 naar 56 procent ging had 29 panelen. Het huishouden dat van 26 naar 60 procent ging had er 23. En het huishouden dat op 33 procent bleef steken had er 36, plus een warmtepomp. De meeste panelen leverden dus het laagste eigen verbruik op. In procentpunten gemeten loopt de winst van 16 tot 34 punten, bij precies dezelfde capaciteit.

Waarom die drie niet helemaal gelijk staan

Eerlijk is eerlijk: de drie batterijen draaiden niet hetzelfde algoritme. Twee stuurden op zelfverbruik plus de dagprijs, een derde alleen op zelfverbruik. Het rapport splitst het effect van die sturing niet af van het effect van het verbruikspatroon. Hoeveel van de spreiding aan de een of de ander toe te schrijven is, staat er dus niet in. Wij noemen dat hier omdat het de eerste tegenwerping is die iemand zou maken, en die hoort van ons te komen.

Is een grotere thuisbatterij altijd beter?

Nee, en de proef laat de omkering zelf zien. De kleinste opstelling in de test, vijf kilowattuur bij twaalf panelen, haalde 68 procent eigen verbruik. Dat is hoger dan alle drie de tienkilowattuur-opstellingen. Een opstelling van 3,5 kilowattuur bij vier panelen kwam zelfs rond de honderd procent uit.

Van het huishouden dat met tien kilowattuur het hoogste percentage haalde, schrijft CE Delft dat de batterij er juist te groot voor is: het verbruik ligt laag, dus de investering laat zich er slecht terugverdienen. Een hoog eigen verbruik en een verstandige aankoop zijn dus niet hetzelfde.

Waar de vuistregel van 1 tot 1,5 kilowattuur per kilowattpiek vandaan komt

Bijna elke Nederlandse pagina over dit onderwerp noemt dezelfde regel: neem ongeveer 1 tot 1,5 kilowattuur opslag per kilowattpiek aan panelen. Wij lazen veertien van die pagina's. Geen enkele noemde een bron, en de enige die het probeerde verwees naar twee andere commerciële pagina's die zelf ook geen bron hebben.

De regel is niet verzonnen. Hij komt van de onderzoeksgroep zonne-opslag van de HTW in Berlijn. Op de weg naar Nederland is er alleen drie keer iets mee gebeurd, en elke keer in dezelfde richting: de regel werd ruimer.

Bij de bedenkers is 1,5 een bovengrens

De Duitse aanbeveling luidt maximaal 1,5 kilowattuur per kilowatt aan paneelvermogen. In Nederland is dat een keuzebereik geworden, van 1 tot 1,5, en dus een streefwaarde. Een plafond en een doel zijn niet hetzelfde getal, ook niet als er hetzelfde cijfer in staat.

De tweede grens is onderweg weggevallen

De oorspronkelijke aanbeveling heeft twee assen die tegelijk gelden. Naast de grens per kilowattpiek staat er een grens per duizend kilowattuur jaarverbruik. De auteurs schrijven het zelf in één zin: de batterijmaat moet worden gekozen in verhouding tot zowel het paneelvermogen als het verbruik van het huishouden. Van de veertien Nederlandse pagina's presenteerde er niet één de regel als twee gelijktijdige voorwaarden.

De regel rekent met bruikbare capaciteit

Het Duitse model rekent uitdrukkelijk met de capaciteit die je er werkelijk uit haalt, niet met het getal op de doos. Op Nederlandse pagina's staat overal kaal kilowattuur. Dat maakt uit, en bij ons is precies daar het gat het grootst: van de 32 batterijen in deze vergelijking publiceert de fabrikant de bruikbare capaciteit bij 10 stuks, en de brutowaarde bij 30. Bij de 8 producten waar wij beide getallen kennen, loopt het verschil van 0 tot 10 procent.

De auteurs zetten er zelf een waarschuwing bij die deze hele pagina samenvat: hun berekening verwaarloost hoe verbruik zich binnen een huishouden over de dag verdeelt. En dat is nu net wat de drie huishoudens hierboven uit elkaar dreef.

Wat is de belangrijkste factor voor het bepalen van de batterijgrootte?

Het verschil tussen opwek en verbruik per uur. Niet je jaartotaal, en niet je aantal panelen. Over het huishouden dat met de meeste panelen op het laagste percentage bleef steken schrijft CE Delft dat het een vrij uniek geval is vanwege een zeer hoog elektriciteitsverbruik dat slecht samenvalt met de zonneproductie. Dat is dezelfde batterij, hetzelfde jaar en een tegenovergestelde uitkomst.

De enige dimensioneringsregel op deze pagina die wel een bron heeft, staat in datzelfde rapport, en hij is de omkering van de marktregel. Kies de capaciteit zo dat de batterij op de meeste zonnige dagen vol kan raken, en niet op de piekproductie van een handvol zeer zonnige dagen. Die extra capaciteit wordt niet terugverdiend.

Wat is de ideale capaciteit bij een warmtepomp of een elektrische auto?

Dezelfde tien kilowattuur brengt in de modellering van hetzelfde rapport een gewoon huishouden van 25 naar 60 procent eigen verbruik, en een huishouden met een elektrische auto en een warmtepomp van 54 naar 90 procent. Meer eigen verbruik dus, bij precies dezelfde batterij.

Daar hoort meteen de tegenkant bij. Dat is een modeluitkomst, en het enige huishouden mét warmtepomp dat in de proef werkelijk is gemeten bleef met tien kilowattuur juist op 33 procent steken. Een zwaar verbruik maakt een batterij dus niet vanzelf nuttiger. Het hangt ervan af wanneer op de dag dat verbruik valt.

Te klein of te groot: wat er dan gebeurt

Wat gebeurt er als mijn thuisbatterij te klein is?

Hij is vol voordat de zon onder is, en alles daarna gaat het net op. Wat je daarmee misloopt is het verschil tussen wat je zelf had kunnen gebruiken en wat je voor teruglevering krijgt. Zolang je saldeert is dat verschil klein. Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt die regeling, en dan wordt het de grootste post in de som. Wat er dan precies verandert staat op de pagina over het einde van de saldering.

Waarom wordt een te grote thuisbatterij afgeraden?

Capaciteit die zelden vol raakt kost wel geld. Wat je betaalt per kilowattuur opslag staat bij ons op elke productpagina en loopt over deze 32 batterijen ver uiteen. Daar komt een verlies bovenop dat tegen elke opgeslagen kilowattuur werkt, ongeacht de maat: bij metingen aan echte opstellingen komt er ongeveer 15 tot 12 procent minder uit dan erin ging. De goedkoopste opslag per kilowattuur staat in de top tien.

Grote thuisbatterij of eentje met stekker?

Voor een groot deel is de vraag hoeveel kilowattuur eigenlijk de vraag welk soort. De twee zitten in verschillende maatklassen. De 22 stekkerbatterijen in deze vergelijking lopen van 1,6 kWh tot 5,22 kWh met een mediaan van 2,4 kWh. De 10 vaste systemen lopen van 3 kWh tot 15,2 kWh met een mediaan van 9,3 kWh.

Er is nog een grens die de capaciteitsvraag verbergt, en dat is het vermogen. Van de 22 stekkerbatterijen leveren er 10 precies 800 watt, hoe groot de accu erachter ook is. Een grotere accu maakt die stroom dan niet sneller beschikbaar, alleen langer. Wij kennen het ontlaadvermogen bij 31 van de 32 producten. Wat de twee soorten verder onderscheidt staat op thuisbatterij met stekker en vaste systemen.

Kan ik de capaciteit later uitbreiden?

De maat die CE Delft mat, tien kilowattuur, bestaat in de Nederlandse winkel nauwelijks als losse aankoop. Van de 32 batterijen hier halen er 4 die maat in een keer. Nog eens 20 halen hem alleen na uitbreiding met extra modules. Bij 27 producten weten wij hoe ver dat uitbreiden gaat.

Klein beginnen betekent dus meestal niet iets anders kopen, maar later bijkopen. Wat die kilowatturen fysiek betekenen in een meterkast zie je op alle formaten op schaal, waar elk model op ware verhouding naast elkaar staat.

Wat je wel kunt uitrekenen

Het getal dat wel te berekenen valt is niet de maat, maar de eis. Uit de prijs, de capaciteit, het aantal laadcycli en de garantietermijn van een batterij volgt wat een opgeslagen kilowattuur bij dat model minimaal moet opleveren voordat hij zichzelf terugbetaalt. Daar is geen aanname over jouw huis voor nodig. Bij 27 van de 32 batterijen kennen wij alle vier die getallen.

Zet daar je eigen tarief naast en je ziet of je die drempel haalt. Dat staat op terugverdientijd berekenen. Ter vergelijking: in de proef van CE Delft liepen de berekende terugverdientijden uiteen van ongeveer zes en een half tot tweeëntwintig jaar, afhankelijk van het huishouden. Dat is een bandbreedte en geen belofte.

Wat wij niet weten

Pas hier hoort de waarschuwing, en hij staat in getallen. De proef liep van oktober 2024 tot oktober 2025 en telde dertien opstellingen, waarvan er bij vier niet eens een vol jaar is gemeten. De onderzoekers schrijven er zelf bij dat dit geen representatieve gemiddelde huizen voor Nederland zijn. Twee batterijen hadden een instellingsprobleem, en bij drie woningen ging de rekening juist omhoog.

Aan onze kant zit het gat bij de bruikbare capaciteit: die kennen wij bij 10 van de 32 producten. Waar wij een getal niet hebben, staat er onbekend en vullen wij niets in. Waarom dat zo werkt staat bij hoe wij vergelijken.

En de eerlijkste kanttekening komt uit hetzelfde rapport dat deze pagina draagt: een thuisbatterij vangt het einde van de saldering niet op. Ook mét batterij gaat de energierekening omhoog, bij grotere en bij kleinere batterijen.

Waar deze cijfers vandaan komen

De meetgegevens komen uit het rapport Proefopstellingen thuisbatterijen van CE Delft, geschreven in opdracht van Vereniging Eigen Huis en gepubliceerd in januari 2026. De vuistregel en de twee randvoorwaarden komen van de onderzoeksgroep zonne-opslag van de HTW Berlijn. Alle cijfers over de batterijen zelf komen uit onze eigen vergelijking en veranderen mee zodra de data verandert.

Wat mensen hierover vragen

Hoeveel opslagcapaciteit moet een thuisbatterij hebben?
Er is geen maat die voor iedereen klopt. In de proef van CE Delft haalden drie huishoudens met dezelfde tien kilowattuur 33, 56 en 60 procent eigen verbruik, en een huishouden met vijf kilowattuur haalde er 68. Wat de maat bepaalt is niet je jaarverbruik maar het verschil tussen opwek en verbruik per uur.
Wat gebeurt er als mijn thuisbatterij te klein is?
Hij is vol voordat de zon onder is en de rest gaat het net op. Wat je daarmee misloopt is het verschil tussen wat je zelf had kunnen gebruiken en wat je voor teruglevering krijgt. Dat verschil wordt groter zodra de salderingsregeling stopt op 1 januari 2027.
Waarom wordt een te grote thuisbatterij afgeraden?
Capaciteit die zelden vol raakt kost wel geld en dat bedrag deel je over minder opgeslagen kilowatturen. CE Delft schrijft over het huishouden met het hoogste eigen verbruik van de drie dat de batterij daar juist overgedimensioneerd is, omdat het verbruik laag ligt en de investering zich daardoor slecht laat terugverdienen.
Wat is de belangrijkste factor voor het bepalen van de batterijgrootte?
Het verschil tussen opwek en verbruik per uur. Niet het jaartotaal en niet het aantal panelen. Het huishouden met de meeste panelen van de drie gemeten tienkilowattuur-opstellingen kwam juist op het laagste eigen verbruik uit, omdat het verbruik daar slecht samenviel met de zon.
Kan ik de capaciteit van mijn thuisbatterij later uitbreiden?
Bij de meeste wel. Van de 32 batterijen in deze vergelijking halen er 4 in een keer tien kilowattuur of meer, en 20 andere halen die maat alleen na uitbreiding met extra modules. Klein beginnen betekent dus meestal niet iets anders kopen, maar later bijkopen.